Van Apple Watch naar Minority Report

Een Apple Watch die naar je gesprek luistert en er achteraf een samenvatting van maakt. Handig. Misschien zelfs bijzonder handig.
Maar de interessante vraag begint pas daarna.
Bart De Waele beschrijft in zijn recente analyse hoe de smartphone zich steeds verder verspreidt over apparaten die we op en aan ons lichaam dragen. Hij noemt dat de lichaamscomputer. De smartphone blijft als centrale hub bestaan, terwijl een horloge, oortjes en uiteindelijk een bril steeds meer functies en zintuigen overnemen.
Zijn voorbeeld van de Apple Watch bleef bij mij hangen.
Een smartwatch kan luisteren. AirPods kunnen vertalen. Een bril kan kijken. AI kan gesprekken transcriberen, samenvatten en interpreteren.
Afzonderlijk zijn dat handige functies.
Samen ontstaat een infrastructuur die steeds meer informatie uit onze directe omgeving kan verzamelen.
En daar moest ik onmiddellijk aan Minority Report denken.
Van horen naar kijken
In de film van Steven Spielberg uit 2002 loopt Tom Cruise door een wereld waarin technologie mensen herkent, volgt en hun omgeving analyseert. Technologie verzamelt informatie over mensen en wordt uiteindelijk gebruikt om gedrag te voorspellen.
In 2002 was dat sciencefiction.
Vandaag begint een deel van de technische infrastructuur die daarvoor nodig is gewoon op onze pols.
De ontwikkeling verloopt bovendien in kleine stappen.
Eerst krijgt het horloge een microfoon.
Daarna kan AI een gesprek transcriberen en samenvatten.
Vervolgens krijgt een bril camera’s en AI.
Daarna kan die bril mogelijk herkennen wie voor je staat, onthouden waar je iemand eerder hebt ontmoet en informatie uit eerdere gesprekken ophalen.
Elke afzonderlijke stap heeft een duidelijke toepassing.
De interessante vraag ontstaat wanneer je ze samen bekijkt.
Het risico zit in gewenning
De observatie uit De Waeles artikel gaat voor mij daarom verder dan Apple.
AI-notulisten hebben inmiddels hun plaats gevonden in Teams- en Zoom-vergaderingen. Gesprekken kunnen worden getranscribeerd en samengevat. Een toepassing die enkele jaren geleden nog ongemakkelijk kon aanvoelen, wordt steeds normaler in een werkomgeving.
Daar zit een belangrijk mechanisme.
Technologie hoeft niet in één keer maatschappelijk aanvaard te worden.
Ze kan stap voor stap onderdeel worden van ons dagelijks leven.
Een AI die een vergadering samenvat, bespaart tijd.
Een horloge dat onthoudt wat iemand tijdens een gesprek heeft gezegd, kan handig zijn.
Een bril die informatie toont over de persoon die voor je staat, kan praktisch zijn.
Daardoor ervaren we een apparaat dat voortdurend kan horen, zien en onthouden mogelijk niet als één grote technologische verandering.
Het komt binnen als een verzameling kleine verbeteringen.
De dataset loopt met ons mee
Daar verandert ook de aard van persoonlijke data.
Onze smartphone weet waar we zijn.
Onze smartwatch verzamelt informatie over onze activiteiten.
Onze oortjes beschikken over microfoons.
Een slimme bril kan een camera dragen.
AI kan vervolgens betekenis geven aan de informatie die deze apparaten verzamelen.
De vraag wordt daardoor groter dan:
Wat weet mijn smartphone over mij?
De relevante vraag wordt:
Wat kan het geheel van mijn apparaten over mij reconstrueren?
Dat is een fundamenteel andere vraag.
Een afzonderlijk apparaat heeft misschien beperkte context.
Een systeem dat informatie uit meerdere apparaten combineert, kan veel meer context opbouwen.
Waar was ik?
Met wie sprak ik?
Wat werd er gezegd?
Wie stond erbij?
Wat gebeurde er daarvoor?
Wat gebeurde er daarna?
En misschien uiteindelijk:
Wat was ik van plan?
Daar begint de vergelijking met Minority Report interessant te worden.
Niet omdat Apple vandaag een systeem bouwt dat misdaad voorspelt. Daarvoor biedt De Waeles analyse geen aanwijzing.
De parallel zit ergens anders.
Minority Report toont een wereld waarin technologie steeds meer informatie over mensen verzamelt en die informatie gebruikt om gedrag te begrijpen en te voorspellen.
Onze technologie begint ondertussen steeds meer informatie uit onze directe omgeving vast te leggen.
Eerst horen, daarna kijken
De volgorde van de ontwikkeling vind ik misschien nog interessanter.
Een microfoon aan je pols voelt vandaag voor veel mensen aanvaardbaar.
Een camera op je gezicht ligt gevoeliger.
Toch kan de maatschappelijke acceptatie van de eerste stap de volgende stap gemakkelijker maken.
Eerst wordt luisteren normaal.
Daarna wordt kijken een uitbreiding van een bestaande functie.
Een horloge dat een vergadering samenvat.
Een bril die informatie over een gesprekspartner toont.
Een apparaat dat zich herinnert wat enkele minuten geleden gebeurde.
Geen van die functies hoeft op zichzelf dystopisch te zijn.
De combinatie verdient wel aandacht.
Wie bepaalt wat normaal wordt?
Daar ligt voor mij de kern van deze ontwikkeling.
Technologiebedrijven bepalen voor een groot deel wat technisch mogelijk wordt.
Wij bepalen vervolgens welke mogelijkheden we dagelijks accepteren.
Die acceptatie gebeurt vaak op basis van gemak.
Een functie die tien minuten vergadernotities bespaart, voelt klein.
Een apparaat dat een gesprek kan onthouden, voelt handig.
Maar wanneer dezelfde technologie permanent onderdeel wordt van onze omgeving, groeit ook de hoeveelheid informatie die potentieel beschikbaar is.
De grens verschuift iedere keer een beetje.
Daarom vind ik Minority Report een interessante referentie voor deze discussie.
Privacy wordt vaak besproken vanuit de vraag welke gegevens een bedrijf over jou verzamelt.
De volgende generatie persoonlijke technologie roept een bredere vraag op:
Welke informatie verzamelt jouw apparaat over de wereld rondom jou?
Dan gaat het niet alleen meer over jezelf.
Het gaat ook over collega’s die niet gevraagd hebben om opgenomen te worden.
Over klanten.
Over vrienden.
Over toevallige voorbijgangers.
Over gesprekken die nooit bedoeld waren om onderdeel van een dataset te worden.
De technologie hoeft geen kwaad plan te hebben
Dat vind ik misschien het meest ongemakkelijke aan deze ontwikkeling.
Je hebt geen kwaadaardige technologie nodig om een Minority Report-achtig probleem te creëren.
Je hebt ook geen groot centraal controlesysteem nodig.
Je hebt voldoende apparaten nodig die afzonderlijk nuttig zijn en samen steeds meer van onze omgeving kunnen waarnemen.
De Apple Watch hoeft geen Minority Report te worden.
De Apple Watch hoeft alleen maar steeds beter te worden in luisteren.
AirPods hoeven alleen maar steeds beter te worden in begrijpen.
Een bril hoeft alleen maar steeds beter te worden in kijken.
AI hoeft alleen maar steeds beter te worden in het leggen van verbanden.
De rest kan ontstaan uit de combinatie.
Daarom is voor mij de belangrijkste vraag niet wat Apple, Google, Microsoft of een andere technologieproducent morgen zal bouwen.
De belangrijkere vraag is:
Welke technologie accepteren wij vandaag omdat ze handig is, waardoor de volgende stap morgen vanzelfsprekend wordt?
In Minority Report was de angst dat technologie zou weten wat iemand ging doen.
In 2026 begint een andere werkelijkheid zichtbaar te worden.
Technologie hoeft onze toekomst nog niet te kennen.
Ze hoeft alleen steeds meer van ons heden te kennen.
En ergens rond 2035 kan iemand zich misschien afvragen wanneer we eigenlijk besloten hebben dat onze apparaten alles mochten horen, zien en onthouden.
Misschien was er helemaal geen expliciete beslissing.
Misschien vonden we het gewoon te handig om nee te zeggen.

Ik ben een Systems Integrator en Infrastructure Architect met meer dan 28 jaar professionele ervaring. Mijn mening is mijn eigen mening en de visie van Peritus Consult, niet de mening van mijn werkgever Lab9 Pro.